Volkstuinvereniging 'De Wielewaal'
 
Een groene oase in Rotterdam-Zuid

Statuten, Huishoudelijk Reglement en Bouwvoorschriften van de Volkstuinvereniging De Wielewaal, Rotterdam

ARTIKEL 1. NAAM, ZETEL EN DUUR
1. De vereniging draagt de naam: Volkstuinvereniging De Wielewaal die in de statuten en reglementen verder wordt aangeduid met: "de vereniging".
2. De vereniging is gevestigd te Rotterdam.
3. De vereniging is opgericht op zevenentwintig april negentienhonderd tweeënzestig.
4. Het boekjaar, tevens verenigingsjaar, is gelijk aan het kalenderjaar.
5. De vereniging is ingeschreven in het handelsregister, dat gehouden wordt door de Kamer van Koophandel.

ARTIKEL 2. ORGANEN
Organen van de vereniging zijn:
1. het bestuur en
2. de algemene vergadering, alsmede
3. personen en commissies die op grond van de statuten door de algemene vergadering zijn belast met een nader omschreven taak en aan wie daarbij beslissingsbevoegdheid is toegekend.

ARTIKEL 3. DOEL
1. De vereniging stelt zich ten doel:
a. het bevorderen van het amateur tuinieren;
b. het behoud van het huidige volkstuinenpark op het perceel aan de Schulpweg 425, 3084 NH Rotterdam;
c. het in gebruik geven van volkstuinen onder haar leden;
d. het behartigen van de belangen van de leden.

ARTIKEL 4. LEDEN
1. De vereniging kent:
- kandidaat leden;
- leden;
- ereleden;
- leden van verdienste.
2. Kandidaat leden zijn zij die, in afwachting van toelating als gewoon lid van de vereniging, bij het bestuur schriftelijk staan ingeschreven als kandidaat lid van de vereniging.
3. Leden zijn die meerderjarige personen die als lid zijn toegelaten, die wonen in Rotterdam en aan wie één tuin in gebruik is gegeven. Een lid kan afkomstig zijn uit de regio Rotterdam, uitsluitend en alleen indien er geen enkele gegadigde voor een tuin gevonden kan worden afkomstig uit Rotterdam, en dus sprake is van -dreigende-leegstand.
4. Ereleden zijn zij die, wegens hun buitengewone verdiensten jegens de vereniging of in het kader van de doestelling van de vereniging, door de ledenvergadering tot erelid zijn benoemd en zodanig de benoeming hebben aanvaard. Zij hebben geen stemrecht, tenzij zij tevens lid zijn als bedoeld in artikel 4.3.
5. Leden van verdienste zijn zij die, als lid van de vereniging, jegens de vereniging buitengewone diensten hebben verricht en door de ledenvergadering als lid van verdienste zijn benoemd en zodanig de benoeming hebben aanvaard. Zij hebben geen stemrecht, tenzij zij tevens lid zijn als bedoeld onder artikel 4.3.
6. Het lidmaatschap van de vereniging heeft betrekking op de tuin die aan het lid in gebruik is gegeven.
7. Aan een lid kan slechts één tuin in gebruik worden gegeven.
8. Het bestuur beslist over de toelating tot het lidmaatschap.
9. De vereniging houdt een ledenadministratie bij, waarin de gegevens van leden zijn opgenomen, waaronder de naam/geboortedatum/adres/geslacht/emailadres/ beroep/ IBAN nummer en telefoonnummer van de leden.
Statuten en Huishoudelijk reglement van de Vereniging V.T.V. De Wielewaal
10. Schriftelijke mededelingen aan of van de (organen van de) vereniging geschieden door een langs elektronische weg toegezonden bericht aan het adres dat door het lid voor dit doel bekend is gemaakt, tenzij anders met het lid is overeengekomen.

ARTIKEL 5. RECHTEN, PLICHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN DE LEDEN
1. Leden van de vereniging zijn verplicht:
a. de statuten en de reglementen van de vereniging en de besluiten van haar organen na te leven;
b. de belangen van de vereniging niet te schaden;
c. door de overheid ter zake van het gebruik van tuinen aan de vereniging gegeven voorschriften en/of aanwijzingen na te leven;
d. alle overige verplichtingen welke de vereniging in naam van haar leden aangaat, of welke uit het lidmaatschap van de vereniging voortvloeien, te aanvaarden en na te komen.
2. Het bestuur is bevoegd aan de leden verplichtingen van financiële en andere aard op te leggen, en ook om ten behoeve van de leden verbintenissen, via het zogenaamde ledencontract, aan te gaan.
3. De vereniging kan, voor zover uit de statuten niet het tegendeel voortvloeit, ten behoeve van de leden rechten bedingen en voor zover dit in de statuten uitdrukkelijk is bepaald, te hunnen laste verplichtingen aangaan. Tenzij een lid zich hiertegen verzet, kan de vereniging ten behoeve van een lid nakoming van die rechten en schadevergoeding vorderen.
4. Een lid is voor iedere aan hem in gebruik gegeven tuin verplicht een door de algemene vergadering vastgesteld entreegeld te voldoen.
5. Indien een lid niet tijdig aan een financiële verplichting voldoet, is hij vanaf de vervaldatum in verzuim en is het lid aan de vereniging de wettelijke rente verschuldigd. Indien het lid na een nieuw gestelde termijn nog niet volledig aan zijn financiële verplichtingen heeft voldaan, is hij buitengerechtelijke kosten verschuldigd zoals bepaald in het Besluit Vergoeding voor Buitengerechtelijke Incassokosten (WIK) zoals ingegaan per één juli tweeduizend twaalf en bij wijziging van deze wetgeving, conform de van dan af geldende wetten en regelgevingen inzake.

ARTIKEL 6. VERPLICHTINGEN VAN DE LEDEN TEN BEHOEVE VAN DE STICHTING VOLKSTUINEN IN NEDERLAND (SVIN)
1. De Gemeente Rotterdam heeft met de Stichting Volkstuinen in Nederland (SVIN) een huurovereenkomst gesloten. De vereniging heeft met SVIN een onderhuurovereenkomst gesloten. Hieruit volgen verplichtingen voor de leden.
2. Het bestuur behoeft voor het wijzigen van de onderhuurovereenkomst met SVIN de voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering.
3. Het reglement kwaliteitseisen, dat tevens onderdeel uitmaken van de onderhuurovereenkomst tussen SVIN en de vereniging is op alle leden van de vereniging toepassing.
4. Het reglement kwaliteitseisen treedt in de vereniging in werking op de door het bestuur van de vereniging met SVIN overeengekomen datum, van welke datum het bestuur aan de leden via een publicatie mededeling doet.
5. Het bestuur van de vereniging kan binnen een termijn van twee weken reageren op voorgestelde wijzigingen van het reglement kwaliteitseisen. Het stichtingsbestuur van SVIN neemt de reactie van het bestuur in overweging bij het besluit tot reglementswijziging.
6. Wijzigingen in het betreffende reglement treden in werking op de door het stichtingsbestuur van SVIN vastgestelde datum. Het bestuur van de vereniging doet van deze datum alsmede van de wijzigingen in het reglement kwaliteitseisen via een publicatie mededeling aan de leden.
7. De vereniging is niet bevoegd zelf een wijziging in het reglement kwaliteitseisen aan te brengen.
Statuten en Huishoudelijk reglement van de Vereniging V.T.V. De Wielewaal
8. Tenzij in het reglement kwaliteitseisen anders is bepaald, is het reglement op de leden van de vereniging van toepassing volgens de laatste, door het stichtingsbestuur van SVIN vastgestelde versie, zoals gepubliceerd op de website van SVIN.
9. De vereniging en haar leden aanvaarden te allen tijde en zonder enig voorbehoud volledig de toepasselijkheid van het overeengekomen reglement kwaliteitseisen van SVIN.
10. De verplichting om het bedoelde reglement te aanvaarden en na te komen geldt voor de leden tevens als een verplichting in de zin van artikel 27 van Boek 2 respectievelijk als een verbintenis van de leden in de zin van artikel 34a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
11. De leden aanvaarden voor de duur van hun lidmaatschap van de vereniging de in dit artikel te hunnen laste door de vereniging in de onderhuurovereenkomst met SVIN aangegane verplichtingen, alsmede voor de duur na de beëindiging van hun lidmaatschap indien zij nog betrokken zijn bij de afhandeling van de verplichtingen die voortkomen uit het lidmaatschap.

ARTIKEL 7. RECHTEN EN VERPLICHTINGEN MET BETREKKING TOT DE TUIN
1. Het bestuur geeft een lid voor de duur van het lidmaatschap één tuin in gebruik en bepaalt welke tuin.
2. Het lid aanvaardt een tuin in de staat waarin deze verkeert en aanvaardt ook de omgeving waarin de tuin is gelegen en vrijwaart de vereniging voor alle zichtbare en onzichtbare gebreken.
3. De verenigingscontributie wordt jaarlijks in de algemene vergadering vastgesteld. De op de tuin rustende lasten, waaronder door de vereniging aan derden, waaronder de overheid en nutsbedrijven, verschuldigde bedragen worden naar rato per tuin omgeslagen en op de jaarnota aan de leden ten laste gebracht.
De contributie dient op de door het bestuur aangegeven wijze binnen de gestelde betalingstermijn te zijn voldaan. Gespreide betaling is uitsluitend mogelijk na daarvoor van het bestuur verkregen schriftelijke toestemming en op een door het bestuur schriftelijk aangegeven wijze.
4. Het bestuur kan een lid toestaan om na vooraf verkregen toestemming van het bestuur op de aan het lid in gebruik gegeven tuin een tuinhuisje en andere bouwsels te plaatsen en beplantingen aan te brengen, welke naar aard, omvang en gebruik moeten voldoen aan de door het bestuur en door de overheid daaraan gestelde eisen. Deze eisen worden in een afzonderlijk reglement vastgelegd.
5. Een lid is verplicht zijn bouwsels en beplantingen in volle eigendom te bezitten en goed en regelmatig te onderhouden. Het is het lid niet toegestaan de bouwsels en beplantingen tot meerdere zekerheid aan anderen dan de vereniging in onderpand te geven of over te dragen, met uitzondering van die gevallen waarvoor schriftelijke toestemming van het bestuur is verkregen.
6. Ter voldoening van al wat een lid op grond van zijn lidmaatschap aan de vereniging verschuldigd is, geeft het lid door aanvaarding van zijn lidmaatschap al zijn (toekomstige) bouwsels en beplantingen tot meerdere zekerheid aan de vereniging in pand. Bovendien verleent het lid door aanvaarding van zijn lidmaatschap een onherroepelijke machtiging aan de vereniging om tot verkoop of verwijdering van de bouwsels en beplantingen over te gaan indien hij in gebreke blijft aan enige financiële verplichting te voldoen, nadat hem door het bestuur een laatste termijn is gegund om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.
7. Blijft het lid na die laatste termijn in gebreke aan zijn verplichtingen tegenover de vereniging te voldoen, dan is het bestuur gerechtigd om al wat de vereniging op grond van het lidmaatschap van het lid te vorderen heeft, te verrekenen met wat de vereniging, van het lid onder zich heeft of zal krijgen en met de opbrengst van de verkoop van de bouwsels en beplantingen. De kosten van de verkoop en/of verwijdering komen voor rekening van het lid.
8. Het lid machtigt het bestuur onherroepelijk om in een voorkomend geval de bij hem in gebruik gegeven tuin en bouwsels te betreden om uitvoering te geven aan het in dit artikel bepaalde.
9. Met voorafgaande toestemming van het bestuur is een lid gerechtigd om bij beëindiging van zijn lidmaatschap zijn bouwsels en beplantingen aan een ander lid of een toe te laten lid te verkopen.
Statuten en Huishoudelijk reglement van de Vereniging V.T.V. De Wielewaal
a. Indien geen verkoop of overdracht van bouwsels en beplantingen heeft plaatsgevonden, dient het lid op de datum van beëindiging van zijn lidmaatschap zijn tuin als "zwarte grond" (dat wil zeggen ontdaan van alle bouwsels en beplantingen) ten genoegen van het bestuur aan de vereniging op te leveren.
b. Blijft hij hiermede na een hem gestelde termijn in gebreke, dan wordt de tuin voor rekening van het lid in de lid 9 onder a vermelde staat gebracht. In dat geval wordt het lid geacht onherroepelijk afstand te hebben gedaan van zijn op of in zijn tuin bevindende eigendommen. Ingeval van ontzetting of opzegging door de vereniging bepaalt het bestuur de datum waarop aan het in dit artikel bepaalde dient te zijn voldaan.
10. Het lid is verplicht voor tuin en opstallen een aansprakelijkheids verzekering en een brand-en stormschadeverzekering af te sluiten bij een erkende verzekeringsmaatschappij.

ARTIKEL 8. COMMISSIES
Het bestuur en de algemene vergadering zijn bevoegd permanente en tijdelijke commissies in te stellen en op te heffen, alsmede hun benoeming, samenstelling, taken en bevoegdheden te regelen, voor zover deze niet geregeld zijn in de statuten of in de reglementen. Commissies zijn verantwoording verschuldigd aan het orgaan dat hen heeft ingesteld. De hieronder staande commissies worden geregeld in het Huishoudelijk Reglement:
a. kascontrolecommissie;
b. taxatiecommissie;
c. geschillenbeslechting;
d. tuincommissie.

ARTIKEL 9. EINDE LIDMAATSCHAP
1. Het lidmaatschap eindigt:
a. door de dood van het lid;
b. door opzegging door het lid;
c. door opzegging door de vereniging;
d. door ontzetting.
2. Opzegging van het lidmaatschap door het lid kan slechts geschieden tegen het einde van een boekjaar. Zij geschiedt schriftelijk aan het bestuur met inachtneming van een opzeggingstermijn van ten minste vier weken. Indien een opzegging niet tijdig heeft plaatsgevonden, loopt het lidmaatschap door tot het einde van het eerstvolgende boekjaar. Het lidmaatschap eindigt onmiddellijk:
a. indien redelijkerwijs van het lid niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;
b. binnen een maand nadat een besluit waarbij de rechten van de leden zijn beperkt of hun verplichtingen zijn verzwaard, aan een lid bekend is geworden of medegedeeld, tenzij het betreft een wijziging van de geldelijke rechten en verplichtingen;
c. binnen een maand nadat een lid een besluit is meegedeeld tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm, tot fusie of tot splitsing.
3. Opzegging van het lidmaatschap namens de vereniging kan door het bestuur worden gedaan: vanaf één augustus van het lopende boekjaar wanneer een lid na daartoe bij herhaling schriftelijk te zijn aangemaand op één juli niet volledig aan zijn geldelijke verplichtingen jegens de vereniging voor het lopende boekjaar heeft voldaan of tegen het einde van het lopende boekjaar wanneer het lid heeft opgehouden te voldoen aan de vereisten die op dat moment door de statuten voor het lidmaatschap worden gesteld.
4. De opzeggingstermijn is ten minste vier weken. Indien een opzegging tegen het einde van het lopende boekjaar niet tijdig heeft plaatsgevonden, loopt het lidmaatschap door tot het einde van het eerstvolgende boekjaar.
5. De opzegging kan evenwel onmiddellijke beëindiging van het lidmaatschap tot gevolg hebben, wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren. De opzegging geschiedt steeds schriftelijk met opgave van de redenen.
6. Ontzetting uit het lidmaatschap kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt of wanneer het lid de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. Zij geschiedt door het bestuur, dat het lid zo spoedig mogelijk van het besluit in kennis stelt, met opgave van de redenen. Het betrokken lid is bevoegd binnen één maand na de ontvangst van de kennisgeving in beroep te gaan bij de algemene ledenvergadering. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst. Een geschorst lid heeft geen stemrecht.
7. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een boekjaar eindigt, blijft de jaarlijkse bijdrage voor het geheel door het lid verschuldigd, tenzij het bestuur anders beslist.
8. Behalve in geval van dood en ontzetting, blijft een lid dat heeft opgezegd nog lid zolang het lid niet heeft voldaan aan zijn geldelijke verplichtingen tegenover de vereniging, of zolang enige andere aangelegenheid waarbij het lid betrokken is niet is afgewikkeld, alsmede de verkoop of overdracht van zijn bouwsels en beplantingen daaronder begrepen. In bedoelde gevallen stelt het bestuur de datum vast waarop het lidmaatschap eindigt.
a. Indien het lidmaatschap van het lid eindigt als gevolg van één van de onder lid 1 sub a, b of c genoemde gronden, heeft mits de door het lid ten aanzien waarvan het lidmaatschap is geëindigd de over het lopende boekjaar verschuldigde contributie is voldaan diens echtgeno(ot)e), partner of één van diens daartoe schriftelijk door het lid aangewezen meerderjarige kinderen het recht om als lid van de vereniging te worden toegelaten.
b. Het verzoek tot toelating als lid op grond van het bepaalde onder a dient, tenzij het bestuur anders bepaalt, binnen één week na het eindigen van het lidmaatschap schriftelijk aan het bestuur te worden verzocht bij gebreke waarvan het recht tot toetreding is vervallen.
c. Indien van de onder a genoemde mogelijkheid tot toetreding gebruik wordt gemaakt, dan zal, deze persoon geacht worden het lidmaatschap, van het gewezen lid ten aanzien van dezelfde tuin(en) te hebben voortgezet. Dit brengt onder meer met zich mee dat er ter zake van de toetreding geen entreegeld verschuldigd zal zijn; de tuin aan het toegetreden lid in gebruik worden gegeven in de staat waarin deze zich ten tijde van het eindigen van het lidmaatschap van het lid ten aanzien waarvan het lidmaatschap is geëindigd bevond, waarbij de tussen het eindigen van het lidmaatschap van het lid en de toetreding van het nieuwe lid gelegen periode geacht wordt geen wijziging te hebben gebracht in de staat van de tuin; het toegetreden lid over het lopende boekjaar geen contributie verschuldigd is.
d. Bij beëindiging van het lidmaatschap worden de tuin en opstallen voor taxatie aan de vereniging aangeboden. De wijze van taxatie is geregeld in het Huishoudelijk Reglement.

ARTIKEL 10. BESTUUR
1. Het bestuur bestaat uit ten minste drie natuurlijke personen, die uit hun midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aanwijzen.
a. Het lidmaatschap van het bestuur is niet verenigbaar met het lidmaatschap van de kascommissie.
b. Personen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren, kunnen niet tegelijkertijd in het bestuur zitting hebben.
2. De leden van het bestuur worden door de algemene vergadering uit de leden benoemd. Ieder bestuurslid is tegenover de vereniging gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak.
3. Bestuursleden worden benoemd voor de duur van vier jaar. Onder een jaar wordt in dit verband verstaan de periode tussen twee opeenvolgende jaarlijkse algemene vergaderingen. Een aftredend bestuurslid is onmiddellijk herbenoembaar.
4. In een tussentijdse vacature in het bestuur wordt door de algemene vergadering zo mogelijk binnen vier maanden voorzien.
5. Bestuursleden kunnen te allen tijde onder opgaaf van redenen door de algemene ledenvergadering worden geschorst en ontslagen. De algemene ledenvergadering besluit tot schorsing of ontslag met een meerderheid van twee/derde van de uitgebrachte stemmen. De schorsing eindigt wanneer de algemene ledenvergadering niet binnen drie maanden daarna tot ontslag heeft besloten. Het geschorste bestuurslid wordt in de gelegenheid gesteld zich in de algemene ledenvergadering te verantwoorden en kan zich daarbij door een raadsman doen bijstaan.
6. Het lidmaatschap van bestuur eindigt door overlijden, door ontslag, bedanken en wanneer het lidmaatschap van de vereniging eindigt.

ARTIKEL 11. TAKEN EN BEVOEGDHEDEN BESTUUR EN VERTEGENWOORDIGING
1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.
2. Indien het aantal bestuursleden beneden drie is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergadering te beleggen waarin de voorziening in de vacature(s) aan de orde komt.
3. Het bestuur is, na voorafgaande goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt. Het vorenstaande is niet van toepassing op het in gebruik geven van tuinen.
4. Het bestuur vertegenwoordigt de vereniging. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee bestuursleden gezamenlijk.

ARTIKEL 12. BESLUITVORMING
1. Tenzij in de statuten of in de reglementen anders is bepaald, worden besluiten in het bestuur, algemene vergaderingen en commissies genomen met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen, met dien verstande dat ter bepaling van die meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen de ongeldige stemmen worden afgetrokken.
2. Ongeldig zijn stemmen die: blanco zijn, zijn ondertekend onleesbaar zijn, een persoon niet duidelijk aanwijzen, de naam bevatten van een persoon die niet kandidaat gesteld is, voor iedere verkiesbare plaats meer dan één naam bevatten, meer bevatten dan een duidelijk aanwijzing van de persoon die is bedoeld.
3. Onder meerderheid wordt verstaan meer dan de helft van de uitgebrachte geldige stemmen.
4. Indien de stemmen staken, is geen meerderheid behaald en is het voorstel verworpen.
5. Een lid kan in de algemene vergadering één stem uitbrengen.
6. Een lid kan een ander lid machtigen namens hem in de algemene vergadering zijn stem uit te brengen, met dien verstande dat ieder lid slechts door één ander lid kan worden gemachtigd.
7. Een volmacht kan alleen schriftelijk worden verleend en dient voor de aanvang van de vergadering aan de voorzitter te zijn overhandigd.
8. Alle stemmingen over zaken geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht. Over personen wordt schriftelijk gestemd bij ongetekende gesloten briefjes.
9. Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen vindt een tweede stemming plaats. Heeft opnieuw niemand de volstrekte meerderheid verkregen dan vinden herstemmingen plaats, totdat hetzij een persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken. Bij gemelde herstemmingen (waarbij niet is begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen op wie bij de voorafgaande stemming is gestemd. Op de persoon, op wie bij die herstemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht, kunnen bij de daarop volgende nieuwe herstemming geen stemmen worden uitgebracht. Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht. Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.
10. In de algemene vergadering kunnen geen besluiten worden genomen of stemmingen worden gehouden over onderwerpen die niet op de agenda zijn geplaatst, tenzij ten minste twee/derden van de leden van de algemene vergadering instemmen met de behandeling van het onderwerp.
11. Het door de voorzitter uitgesproken oordeel over de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van dit oordeel de juistheid daarvan betwist, dan wordt het te nemen besluit schriftelijk vastgelegd en vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering dit verlangt of wanneer de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk gebeurde wanneer een lid dit verlangt. Door de nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
12. De bestuursvergaderingen en de algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter of, bij diens afwezigheid, door het oudste aanwezige bestuurslid. Zijn bij een algemene vergadering geen bestuursleden aanwezig, dan voorziet de vergadering zelf in haar leiding.

ARTIKEL 13. ALGEMENE VERGADERING
1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe die niet door de wet of door de statuten aan het bestuur of aan andere organen zijn opgedragen.
2. De algemene vergadering bestaat uit alle leden van de vereniging.
3. Van het ter algemene ledenvergadering verhandelde worden notulen gehouden door de secretaris of door een door de voorzitter aangewezen persoon. Deze notulen worden in dezelfde of in de eerstvolgende algemene ledenvergadering vastgesteld en ten blijke daarvan door de voorzitter en de secretaris van die vergadering ondertekend.

ARTIKEL 14 BIJEENROEPING ALGEMENE VERGADERING
1. Jaarlijks wordt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een algemene vergadering gehouden. De algemene vergadering wordt bij voorkeur gehouden in de gemeente waarin de vereniging haar zetel heeft.
2. De bijeenroeping gebeurt elektronisch met toevoeging van de agenda aan de bij de vereniging bekende e-mail adressen van de leden.
3. De termijn van oproeping bedraagt tenminste twee weken, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend. In bijzondere gevallen dit ter beoordeling van het bestuur kan deze termijn worden bekort.
4. Een buitengewone algemene vergadering wordt gehouden indien het bestuur dit nodig oordeelt of tenminste zoveel leden als bevoegd zijn tot het uitbrengen van één/tiende gedeelte van de stemmen in de algemene vergadering. In laatstbedoeld geval moet de wens daartoe onder opgave van het te behandelen onderwerp, voorzien van een toelichting, schriftelijk aan het bestuur kenbaar worden gemaakt.
5. Indien het bestuur niet binnen veertien dagen na ontvangst van het onder lid 4 bedoelde verzoek gevolg heeft gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan op de wijze waarop het bestuur een algemene vergadering bijeenroept of bij advertentie in ten minste één ter plaatse veel gelezen dagblad. De verzoekers kunnen dan anderen dan bestuursleden belasten met de leiding van de vergadering en het opstellen van de notulen.
6. Op de algemene vergadering komen in ieder geval aan de orde:
a. vaststelling van de notulen van de vorige algemene vergadering;
b. jaarverslag van het bestuur;
c. het financieel jaarverslag van het bestuur over het afgelopen boekjaar;
d. het verslag van de kascommissie;
e. de vaststelling van de begroting voor het komende boekjaar;
f. voorziening in eventuele vacatures;
g. ingediende voorstellen.

ARTIKEL 15. TOEGANG ALGEMENE VERGADERING
1. De algemene vergadering is openbaar. Alle leden hebben toegang. Het bestuur beslist of anderen dan de leden toegang hebben tot de algemene vergadering. Een geschorst lid heeft slechts toegang tot de vergadering waarin het besluit tot zijn schorsing wordt behandeld en is bevoegd daarover dan het woord te voeren.
2. Een algemene vergadering gaat in een besloten zitting over indien de voorzitter, een lid van het bestuur of vier leden dit wensen. Tot een besloten zitting hebben toegang: het bestuur, de leden en diegenen die door de algemene vergadering daartoe worden toegelaten. Over wat in een besloten zitting is behandeld kan geheimhouding worden opgelegd aan hen die daarbij aanwezig of vertegenwoordigd waren.

ARTIKEL 16. REKENING EN VERANTWOORDING
1. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekening te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
2. Het bestuur brengt op de algemene vergadering, behoudens verlenging met een termijn van vijf maanden door de algemene vergadering, een jaarverslag uit over de gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid. Het bestuur legt de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de algemene vergadering over. Deze stukken worden ondertekend door de bestuursleden. Ontbreekt de ondertekening van een bestuurslid, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt.
3. Indien het bestuur niet in de algemene vergadering, of bij verlenging niet binnen de stelde termijn, overeenkomstig het bepaalde heeft gehandeld, kan ieder lid van de gezamenlijke bestuursleden in rechte vorderen dat zij deze verplichtingen nakomen.
4. Het bestuur is verplicht jaarlijks de in lid 2 bedoelde stukken te doen onderzoeken door de kascommissie, die hiervan schriftelijk verslag uitbrengt aan het bestuur en aan de algemene vergadering.
5. De kascommissie bestaat uit ten minste twee leden die door de algemene vergadering worden benoemd en die geen lid van het bestuur mogen zijn.
6. Het bestuur is verplicht de kascommissie voor haar onderzoek alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, hen desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en bescheiden van de vereniging te geven.
7. Goedkeuring door de algemene vergadering van het jaarverslag en van de rekening en verantwoording gebeurt nadat is kennisgenomen van het verslag van de kascommissie en strekt het bestuur tot decharge voor alle handelingen die uit de rekening en verantwoording blijken.
8. Het bestuur is verplicht de in dit artikel bedoelde bescheiden gedurende de daarvoor door de Wet vereiste termijn te bewaren.

ARTIKEL 17. GELDMIDDELEN
1. De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit:
a. de jaarlijks voor de leden per tuin vastgestelde vergoeding
b. rente inkomsten
c. overige afdrachten van de leden en baten.
2. Bij beëindiging van het lidmaatschap tijdens het boekjaar vindt geen terugbetaling plaats van door het lid reeds betaalde vergoedingen.

ARTIKEL 18. REGLEMENTEN EN UITVOERINGSBESLUITEN
1. De algemene ledenvergadering kan een of meer reglementen vaststellen en wijzigen, waarin onderwerpen worden geregeld waarin door deze statuten niet of niet volledig wordt voorzien.
2. Het reglement kwaliteitseisen wordt door het bestuur van SVIN vastgesteld na overleg en overeenstemming met de gemeente Rotterdam en niet door de algemene vergadering vastgesteld en gewijzigd.
3. Een reglement mag geen bepalingen bevatten, die strijdig zijn met de wet of met deze statuten.

ARTIKEL 19. STATUTENWIJZIGING
1. In de statuten kan geen wijziging worden gebracht dan door een besluit van een algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. De termijn voor oproeping tot een zodanige vergadering bedraagt ten minste vier weken.
2. Voor een statutenwijziging is de voorafgaande goedkeuring nodig van het bestuur van SVIN.
3. Het bestuur draagt er zorg voor, dat in geval van een bijeenroeping van een algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging behalve vermelding in de oproepingsbrief voor de desbetreffende algemene vergadering, tenminste veertien dagen vóór de vergadering, een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage wordt gelegd tot na afloop van de dag waarop de algemene vergadering wordt gehouden.
4. Een besluit tot wijziging van de statuten kan slechts op een algemene vergadering met ten minste twee/derden van de uitgebrachte geldige stemmen worden genomen.
5. Het bepaalde in lid 1 en 3 is niet van toepassing indien in de algemene vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn en het besluit tot statutenwijziging met algemene stemmen wordt genomen.
6. Een statutenwijziging treedt niet eerder in werking dan na hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd, dat bevoegd is de vereniging te vertegenwoordigen.
7. De leden van het bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en van de gewijzigde statuten neer te leggen op het kantoor van het handelsregister van de Kamer van Koophandel, waarin de vereniging is ingeschreven.

ARTIKEL 20. ONTBINDING EN VEREFFENING
1. Een besluit tot ontbinding van de vereniging kan slechts worden genomen in een daartoe speciaal te houden algemene vergadering.
2. Het bepaalde in artikel 19 is, voor zover relevant, van overeenkomstige toepassing.
3. Indien de algemene vergadering tot ontbinding van de vereniging heeft besloten, treden de bestuursleden als zodanig als vereffenaars op, tenzij de algemene vergadering de vereffening aan één of meer anderen opdraagt.
4. De algemene vergadering benoemt een bewaarder die de boeken en bescheiden van de vereniging zal bewaren gedurende de door de wet vereiste termijn na afloop der vereffening. De algemene vergadering kan de bewaarder een bewaarloon toekennen.
5. Na de ontbinding blijft de vereniging voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van de vereniging uitgaan, moeten aan haar naam worden toegevoegd de woorden "in liquidatie".
6. De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaar bekende baten meer aanwezig zijn.
7. Tenzij de algemene vergadering bij haar besluit tot ontbinding een andere bestemming voor het batig saldo vaststelt, vervalt het batig saldo na vereffening aan de leden. Ieder lid ontvangt dan een gelijk deel.

Reglement Kwaliteitseisen – versie 3 mei 2018 Tevens deel uitmakend van de onderhuurovereenkomst

ALGEMEEN

De volkstuinen op het volkstuinpark dienen uitsluitend in gebruik te worden gegeven aan leden van de tuinvereniging.  Door de inschrijving als lid worden leden geacht op de hoogte te zijn van dit reglement en zich daar ook aan te houden.
De leden dienen natuurlijke personen te zijn aan wie een tuin in gebruik is gegeven. Een lid kan afkomstig zijn uit de regio Rotterdam, uitsluitend en alleen indien er geen enkele gegadigde voor een tuin gevonden kan worden afkomstig uit Rotterdam, en dus sprake is van -dreigende- leegstand.

BEBOUWINGSNORMEN EN -VOORWAARDEN (CONFORM HET BESTEMMINGSPLAN):
Op een volkstuinperceel mag niet gebouwd worden, tenzij voor het bouwwerk (waaronder in ieder geval een tuinhuis, kweekkas, schuurtje en andere bouwwerken) een omgevingsvergunning van de gemeente Rotterdam verkregen én voldaan is aan de statuten en reglementen van de vereniging op basis waarvan schriftelijke toestemming van het verenigingsbestuur is verkregen. Het bouwwerk dient te voldoen aan alle van toepassing zijnde bepalingen, zoals vermeld in de bouwverordening, het bestemmingsplan en het bouwbesluit.

GEDRAGSREGELS LEDEN:
leden dienen zich te houden aan voorschriften van de gemeente;
dienen zich te houden aan statuten en reglementen van de vereniging;
dienen zich tegenover bestuurs- en andere kaderleden, andere leden en bezoekers van het tuinenpark te onthouden van elke vorm van gedrag of seksuele toenadering, in verbale, non verbale en/of fysieke zin, opzettelijk of onopzettelijk, die door het andere lid, die het ondergaat, als ongewenst of gedwongen dan wel als discriminerend of racistisch wordt ervaren. 
leden onthouden zich tevens van verbaal en fysiek geweld en/of van bedreigingen;
zijn verantwoordelijk voor hun gasten en dragen er zorg voor dat hun gasten zich correct gedragen en geen overlast veroorzaken of zich gedragen op een wijze waar anderen aanstoot aan kunnen nemen;
dienen zich netjes en fatsoenlijk te gedragen en veroorzaken geen overlast of schade van welke aard dan ook (zoals door geluid, stof, stank, rook, enz.);
gaan zorgvuldig om met het milieu, voeren geen grondspecie af, dumpen of verbranden geen afval, lozen geen vuil, lozen geen olieproducten of chemicaliën in bodem of grondwater;
gebruiken het tuinhuisje uitsluiten zelf als lid en stellen het huisje niet aan derden ter beschikking;
onderhouden de tuin regelmatig en goed;
nemen voorschriften nutsbedrijven in acht;
dragen er zorg voor dat het tuinhuisje niet voor samenscholingen, feesten e.d. gebruikt wordt.
verboden het tuinhuisje te bewonen.
gewassen te verbouwen met het doel om geestverruimende middelen te fabriceren;
op de tuin of het volkstuinpark politiek of geloof – welk dan ook – op indringende wijze uit te dragen;
auto’s, andere motorvoertuigen, aanhangers, caravans en soortgelijker voertuigen op het volkstuinpark te plaatsen en/of te stallen.
Leden dienen te voldoen aan de van toepassing zijnde voorschriften van de gemeente Rotterdam of een andere overheid, waaronder de van toepassing zijnde bepalingen van de: a. Bouwverordening; b. Milieuvoorschriften; c. Algemene plaatselijke verordening (APV).

HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN DE VERENIGING

ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1.
Dit huishoudelijke reglement, vastgesteld overeenkomstig artikel van de statuten van de vereniging krachtens een besluit van de algemene ledenvergadering van de vereniging VTV de Wielewaal en treedt in werking op het ogenblik, dat de ledenvergadering hieraan haar goedkeuring heeft gegeven, zijn de ……….

Artikel 2.
Onder een tuin wordt verstaan een perceel grond, dat tot nuts- en/of verblijfstuin is bestem, zulks uitsluitend te behoeve van niet beroepsmatig gebruik door een of meer natuurlijke personen.

Artikel 3.
1. Ten behoeve van de vereniging kan het bestuur statuten en reglementen doen samenstellen.
2. De door het bestuur opgestelde statuten en reglementen behoeven de instemming van de ledenvergadering als in artikel ... van de statuten van de vereniging verwoord.
3. Het bestuur draagt er zorg voor dat de leden kunnen beschikken over de statuten en het huishoudelijk reglement van de vereniging en van de RBvV.

LEDEN EN KANDIDAAT-LEDEN

Artikel 4.
1. Personen, die lid van de vereniging willen worden, geven zich schriftelijk op bij het bestuur van de vereniging. Het bestuur plaatst de namen naar het tijdstip van aanmelding op een volglijst. Naarmate er tuinen beschikbaar komen, draagt het bestuur kandidaat-leden voor bij de RBvV ter afsluiting van een overeenkomst tot verhuur en/of ingebruikgeving van een tuin.
2. Het bestuur is bevoegd van de volgorde van de volglijst af te wijken, een proefperiode vast te stellen of een kandidaat-lid als lid te weigeren onder opgave van redenen.
3. Het bestuur zal de aanmelding van een kandidaat-lid binnen een maand na inschrijving laten registreren op het secretariaat van de RBvV middels de door de RBvV daarvoor opgestelde formulieren.

Artikel 5.
1. Aan een lid wordt in beginsel niet meer dan een tuin van ……. vierkante meter ter beschikking gesteld. Het lid sluit daartoe een overeenkomst tot ingebruikgeving met de RBvV.
2. Indien het aantal beschikbare tuinen dit toelaat kan ter beoordeling van het bestuur aan meerderjarige gezinsleden van de leden eveneens een tuin ter beschikking worden gesteld. Deze gezinsleden zullen zich moeten aanmelden als kandidaat-lid en kunnen als lid van de vereniging worden toegelaten onder de daarvoor geldende voorwaarden.

Artikel 6.
1. Ieder lid is verplicht mee te werken aan het algemeen werk op het volkstuincomplex in de breedste zin van het woord, alsmede het deelnemen in commissies van de vereniging, een en ander door het bestuur vast te stellen. De algemene ledenvergadering stelt het aantal verplichte werkuren per jaar vast.
2. Indien een lid nalaat deel te nemen aan het algemeen werk of het aantal verplichte werkuren niet verricht, kan het lid door het bestuur een boete worden opgelegd, zulks onverminderd de verplichting het aantal werkuren van het algemeen werk te verrichten. De hoogte van de boete wordt vastgesteld door de algemene ledenvergadering.
Statuten en Huishoudelijk reglement van de Vereniging V.T.V. De Wielewaal

Artikel 7.
1. Het houden van duiven, kippen, konijnen, varkens of andere dieren op tuinen is niet toegestaan behoudens schriftelijke toestemming van het bestuur van de vereniging en van het bestuur van de RBvV. Hiervan uitgezonderd zijn aangelijnde huisdieren zoals honden en katten. Vogels mogen uitsluitend worden gehouden in een ruimte in het tuinhuisje. Voor dieren mogen geen aparte opstallen worden opgericht.
2. Leden, die o de tuin bijen willen houden, dienen lid te zijn en/of te worden van een bijenvereniging. Zij dienen zich te houden aan de daarvoor gestelde c.q. te stellen bepalingen.

Artikel 8.
1. Leden die op een tuin een tuinhuisje, broeikasje of schuurtje of andere opstal willen oprichten c.q. laten oprichten, veranderen, vernieuwen of uitbreiden, dienen in het bezit te zijn van de daartoe vereiste toestemmingen en/of vergunning.
2. Het lid draagt zelf zorg voor de aanvraag van deze toestemming en/of verggunning. Het verzoek om de vereiste toestemming en/of vergunning wordt ingediend via een daarvoor bestemd formulier bij het bestuur van de vereniging die aansluitend het verzoek zal neerleggen bij het secretariaat van de RBvV. De RBvV zorgt dat het verzoek via de geëigende kanalen terecht komt bij de bevoegde instanties tot het verlenen van de toestemming en/of vergunning. Een kopie van het betreffende formulier is als bijlage bij dit huishoudelijk reglement gevoegd. De regelgeving met betrekking tot de bouw van opstallen op de tuin staat vermeld in een bijlage bij dit huishoudelijk reglement.
3. Het bestuur van de vereniging en/of het bestuur van de RBvV is niet aansprakelijk indien een of meerdere (overheid)vergunningen worden geweigerd.

Artikel 9.
1. Het lid mag de tuin slechts gebruiken voor recreatieve doeleinden, dus niet voor permanente bewoning. Het lid mag – na daartoe verkregen vergunning en/of toestemming – op de slechts plaatsen en geplaatst houden een tuinhuisje en overige opstallen bestemd tot het gebruik van een nuts- en/of verblijfstuin.
2. Het verblijf op de tuinen gedurende de nacht is niet toegestaan, tenzij het bestuur hiervoor schriftelijk toestemming heeft gegeven.
3. Ieder lid heeft de vrije beschikking over de aan hem of haar toegewezen tuin, en is verplicht deze in zijn geheel van de aanvang af in goede staat te brengen, geregeld te onderhouden, ordelijke te bewerken en te gebruiken, een en ander ter beoordeling van het bestuur van de vereniging.
4. Een commissie belast met het toezicht zal in gevallen van verwaarlozing het betreffende lid hiervan aanzegging doen. Bij niet naleving van de verplichtingen tot onderhoud zal de commissie het bestuur van de vereniging schriftelijk in kennis stellen van de door haar geconstateerde verwaarlozingen. Het bestuur zal die maatregelen treffen zoals in dit huishoudelijke reglement in artikel 14 omschreven.

Artikel 10.
1. Het lid heeft – onder meer – de navolgende verplichtingen ten aanzien van het onderhoud van zijn tuin:
a. Het lid zal de tuin ordelijk en netjes bewerken en gebruiken, het is niet toegestaan cannabis en/of papaver te kweken of een ongecultiveerde tuin aan te leggen;
b. Het lid dient het halve pad en de halve sloot grenzend aan de tuin te onderhouden en schoon te houden;
c. Het lid zal alle nodige milieuvriendelijke maatregelen nemen tot het weren van ongedierte;
d. Het lid dient bomen, heesters enz., struiken e.d. zodanig te plaatsen dat de schaduwoverlast voor de naast gelegen tuinen tot een minimum wordt beperkt;
e. Het lid dient de heggen, heesters en/of stuiken op de tuinafscheidingen zodanig te knippen dat deze de voorgeschreven hoogte van 50 cm en de voorgeschreven breedte van 30 cm niet te boven gaan;
Statuten en Huishoudelijk reglement van de Vereniging V.T.V. De Wielewaal
f. Het lid moet de tuin afsluiten met een in goede staat verkerend hek, dat naar binnen openslaat en dat voorzien is van het door het bestuur toegekende tuinnummer;
g. Het is het lid niet toegestaan afrasteringen te verbreken of te beschadigen; grenspalen mogen niet worden beschadigd, weggenomen of verplaatst.

Artikel 11.
1. Ter bevordering van het aanzien van het tuincomplex zal/zullen:
a. Tuinafval en mest op de tuinen op onzichtbare wijze worden opgeborgen;
b. Afval niet worden gedeponeerd buiten de containers, die voor afvoeren van afval bestemd zijn, tenzij anders door het bestuur is beslist;
c. Geen rijwielen, motoren, scooters e.d. op de paden worden geplaatst;
d. Geen afval wordt verbrand;
e. Geen greppels of waterkeringen worden gegraven door en/of langs de tuinpaden;
f. Geen hagen, bomen, heesters en/of andere eigendommen van de vereniging worden gesnoeid of beschadigd, tenzij hiervoor opdracht is gegeven door het bestuur of door de door het bestuur ingestelde tuincommissie;
g. De leden en familieleden zich niet op gazons van het tuincomplex bevinden anders dan om verplichte werkzaamheden te verrichten;
h. Geen afval buiten de tuin worden geworden in gemeenschappelijke borders en sloten;
i. Geen paden en sloten worden verontreinigd.

Artikel 12.
1. Ieder lid heeft de verplichting te voorkomen dat door hem en/of zijn gezinsgenoten overlast wordt aangedaan aan andere leden van de vereniging. In het bijzonder gelden de navolgende voorschriften:
a. Het is verboden op enigerlei wijze muziek voort te brengen, zodanig dat het geluid daarvan hoorbaar is buiten de tuin van het lid zelf/
b. Het is verboden ongevraagd of zonder toestemming de tuin van een ander lid te betreden; bestuursleden en de daarvoor aangewezen functionarissen hebben te allen tijde toegang tot de tuinen voor het uitoefenen van de hun reglementair opgedragen taken;
c. Het is niet toegestaan de paden te berijden met auto’s, motoren, scooters, rijwielen, bromfietsen enz., behoudens door het bestuur verleende ontheffing; van vorenstaande zijn rolstoelen uitgesloten;
d. Het gebruik van elektrische en motorische aangedreven machines en gereedschappen is op zondagen in het seizoen niet toegestaan.
2. Voorts is het niet toegestaan:
a. Waterkeringen te maken;
b. In de paden te graven;
c. Afval in de sloot te doen afvloeien of te deponeren;
d. Te collecteren zonder toestemming van het bestuur;
e. Goederen te koop aan te bieden zonder toestemming van het bestuur;
f. Publieke en/of politieke propaganda op het tuincomplex te maken;
g. De publicatieborden te gebruiken zonder toestemming van het bestuur;
h. Aanhangwagens en/of caravans te plaatsen op de tuin, de paden of het tuincomplex;
i. Auto’s dubbel te parkeren of te parkeren op plaatsen waar dat is verboden;
j. Aan auto’s te sleutelen en/of auto’s te wassen op de parkeerplaats.
Statuten en Huishoudelijk reglement van de Vereniging V.T.V. De Wielewaal

Artikel 13.
1. De leden dienen ervoor zorg te dragen dat gezinsleden, familie en andere bezoekers zich houden aan de voorschriften van de vereniging. De leden zijn jegens de vereniging aansprakelijk voor schade toegebracht aan bezittingen van de vereniging, ook voor schade toegebracht door hun gezinsleden, familie of andere bezoekers.

Artikel 14.
1. Het bestuur kan – vooruitlopend op nadere maatregelen – leden de toegang tot de tuin ontzeggen voor de duur van een maand, indien zij:
a. De tuin verwaarlozen;
b. Weigeren deel te nemen aan het algemeen werk;
c. De contributie en grondhuur niet op de gestelde tijd betalen;
d. In strijd met de statuten, reglementen en besluiten van de vereniging en/of van de RBvV handelen;
e. Anderen bij voortduring zonder noodzaak hinderen en/of overlast veroorzaken;
f. Zich andermans goederen toe eigenen;
g. De belangen van de vereniging en/of van de RBvV niet naar behoren behartigen;
h. Handelingen plegen in strijd met de goede zeden en gewoonten, waaronder in ieder geval dient te
worden begrepen prostitutie, dealen en gebruik van drugs etc..
2. Het bestuur van de vereniging doet onverwijlde mededeling van een dergelijke maatregel aan het bestuur van de RBvV.
3. Het lid dat de toegang tot de tuin is ontzegd of dat tussentijds het lidmaatschap is opgezegd, als bedoeld in artikel 10 lid 2 sub a van de statuten van de vereniging, kan in beroep gaan bij het dagelijks bestuur van de RBvV binnen 8 dagen na dagtekening waarop het besluit tot ontzegging van toegang tot de tuin of het besluit tot opzegging van het lidmaatschap schriftelijk aan het betrokken lid is meegedeeld. Het beroep moet bij aangetekend schrijven worden ingesteld.

Artikel 15.
1. De contributie voor het komende boekjaar wordt op een ledenvergadering vastgesteld.
2. Het lid dient binnen 30 dagen na verzending van de nota voor contributie, voor grondhuur en voor mogelijke andere verplichtingen (als rioolrecht e.d.) voor betaling zorg te dragen door middel van storting op de bank en/of girorekening van de vereniging zonder korting of compensatie.
3. Bij overschrijding van de betalingstermijn is het lid aan de vereniging vanaf de vervaldag de wettelijke rente verschuldigd over het totaal door het lid verschuldigde, zulks zonder dat enige ingebrekestelling is vereist. Alle gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten verbonden aan de invordering komen ten laste van het lid. De buitengerechtelijke kosten worden gesteld op 15% van het in te vorderen bedrag – met een minimum van €150,- en worden verschuldigd op het tijdstip dat de vorderring ter incasso uit handen wordt gegeven.
4. Indien het lid niet op de 1e juni ten volle aan zijn geldelijke verplichtingen jegens de vereniging heeft voldaan kan het lidmaatschap namens de vereniging worden opgezegd tegen 30 september van het lopende boekjaar of tegen het einde van het lopende boekjaar door het bestuur van de vereniging met inachtneming van een opzeggingstermijn van tenminste 4 weken, een en ander als bepaald in artikel 10 lid 4 van de statuten van de vereniging.

BESTUUR

Artikel 16.
1. Het bestuur van de vereniging bestaat uit een oneven aantal personen met een minimum van drie en een maximum van negen personen. Het aantal bestuursleden wordt – met inachtneming van het bepaalde in de vorige zin – vastgesteld door de algemene leden vergadering.
2. De voorzitter, secretaris en penningmeester zijn in het rooster van aftreden nummer gelijktijdig aftredend. De eerste maal geschiedt dit per loting, waarbij een in functie gekozen functionaris alsmede 1/3 deel van de andere bestuursleden aftreden.
3. De functies binnen het bestuur, anders dan voorzitter, secretaris en penningmeester, worden door de leden van het bestuur onderling verdeeld. Het bestuur verdeelt de overige taken onderling.

Artikel 17.
1. Het dagelijks bestuur bestaat uit tenminste drie personen, t.w. voorzitter, secretaris en penningmeester. Het dagelijks bestuur kan worden uitgebreid tot vijf personen.
2. De functies van voorzitter en secretaris, voorzitter en penningmeester, en secretaris en penningmeester kunnen niet en een persoon worden verenigd.
3. Het bestuur is belast met het besturen van de vereniging. Voorzitter, secretaris en penningmeester zijn belast met de gehele regeling van die zaken, waartoe zij krachtens het huishoudelijk reglement van de vereniging alsmede door besluiten van de algemene ledenvergadering zijn geroepen.

Artikel 18.
1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen. Hij is verplicht toe te zien dat de statuten en het huishoudelijk reglement en de besluiten van de vereniging en/of van de RBvV worden uitgevoerd en nageleefd.
2. De voorzitter is mede aansprakelijk voor nalatigheden of fouten van degenen die genoemde besluiten moeten uitvoeren, voor zover hij deze redelijkerwijze had kunnen voorkomen.
3. Bij ontstentenis van de voorzitter neemt de secretaris de taken en bevoegdheden van de voorzitter tijdelijk waar.

Artikel 19.
1. De secretaris is belast met de gehele correspondentie en administratie van de vereniging, hij maakt de notulen van de vergadering en brengt verslag uit van en over de vereniging op iedere bestuursvergadering en algemene ledenvergadering. De secretaris moet kopie houden van alle verzonden brieven en stukken. Ook zorgt hij voor het schriftelijke jaarverslag.
2. Het bestuur kan besluiten een gedeelte van de taken van de secretaris aan een andere bestuurder op te dragen.
3. Bij ontstentenis van de secretaris wordt hij vervangen door de penningmeester die de taken en bevoegdheden van de secretaris tijdelijk waarneemt.

Artikel 20.
1. De penningmeester is belast met het gehele financiële beheer van de vereniging. Hij int de contributie en andere gelden tegen behoorlijke quotering. Voor alle door hem gedane betalingen ontvangt hij een deugdelijke kwitantie. Hij zal niet meer kasgeld in zijn bezit hebben dan voor de uitgaven dringend noodzakelijk is. Van alle kasmutaties houdt hij nauwkeurig boek op de wijze als door het bestuur bepaald. Hij zal de gelden, goederen en waarden van de vereniging gescheiden van zijn eigen gelden, goederen en waarden bewaren.
Statuten en Huishoudelijk reglement van de Vereniging V.T.V. De Wielewaal
2. De penningmeester is te allen tijd verplicht aan het bestuur of aan degene(n) die door het bestuur (zijn) gemachtigd, alle inlichtingen betreffende zijn beheer te verschaffen, inzage te verstrekken van de bescheiden hierop betrekking hebbende.
3. De penningmeester brengt op de ledenvergadering schriftelijk verslag uit van de financiële positie van de vereniging evenals van zijn gevoerde beheer. Hij stelt telkenmale een begroting samen en dient deze schriftelijk bij de algemene ledenvergadering in, na goedkeuring door het bestuur.
4. Bij ontstentenis van de penningmeester wordt hij vervangen door de secretaris, die tijdelijk de taken en bevoegdheden van de penningmeester zal waarnemen.
5. De penningmeester is bevoegd te beschikken over bank- en girosaldi tot een bedrag van €2.500, -. Voor het meerdere behoeft hij de schriftelijke toestemming van het bestuur.

Artikel 21.
1. Een bestuurslid dat herhaaldelijk blijk geeft van ongeschiktheid en/of nalatigheid kan door het bestuur met meerderheid van stemmen worden geschorst.
2. De voorzitter kan een bestuurder, die zich ernstig misdraagt of zich aan grove nalatigheid heeft schuldig gemaakt, met onmiddellijke ingang schorsen tot aan de eerstvolgende bestuursvergadering, waarin wordt besloten de schorsing al dan niet te handhaven.
3. De betrokken bestuurder wordt in de gelegenheid gesteld de bestuursvergadering, waarin tot zijn schorsing wordt besloten, bij te wonen.
4. De eerstvolgende ledenvergadering moet de schorsing bekrachtigen met een meerderheid van tenminste 2/3 der geldig uitgebrachte stemmen, een en ander op straffe van nietigheid van het schorsingsbesluit van het bestuur.
5. Bij tussentijds aftreden of bij schorsing is het betreffende bestuurslid verplicht alle onder zijn berusting zijnde eigendommen en/of bescheiden van de vereniging onverwijld aan het bestuur op eerste verzoek over te dragen.

ALGEMENE LEDENVERGADERING

Artikel 22.
1. In een jaarlijks voor 1 juli te houden algemene ledenvergadering zullen worden behandel:
a. Notulen laatstgehouden ledenvergadering;
b. Het jaarverslag van de secretaris;
c. Het jaarverslag van de penningmeester;
d. Het verslag van de kascontrolecommissie;
e. De reglementaire verkiezing van de volgens rooster aftredende bestuursleden en van de leden van de kascontrolecommissie;
f. De voorziening in eventueel bestaande vacatures;
g. Het beleid van het bestuur;
h. Voorstellen van het bestuur;
i. De begroting;
j. De zaken die op de voorgeschreven wijze op de agenda voor de algemene ledenvergadering zijn gebracht.
2. De algemene ledenvergadering wordt bijeengeroepen met inachtneming van een termijn van tenminste 14 dagen, behoudens het bepaalde in artikel 24 en 26 van de statuten van de vereniging. De bijeenroeping geschiedt door een aan alle leden te zenden schriftelijke mededeling met bijvoeging van de agenda voor de desbetreffende vergadering. Voorstellen voor de algemene ledenvergadering moeten minimaal 48 uur voor de aanvang van de vergadering worden ingediend bij de secretaris.
Statuten en Huishoudelijk reglement van de Vereniging V.T.V. De Wielewaal
3. Het bestuur schrijft een algemene ledenvergadering uit zo vaak als het zulks voor de goede gang van zaken in de vereniging nodig acht. De agendapunten worden in de convocatie behoorlijk vermeld. De voorzitter heeft het recht de beraadslaging te sluiten tenzij de volstrekte meerderheid van de aanwezige leden zich daartegen verzet.
4. Kandidaten voor het bestuur moeten op schriftelijke voordracht, en getekend door tenminste drie leden, 48 uur voor de aanvang van de vergadering bij de secretaris zijn ingediend. Het bestuur is alsdan verplicht hiervan op de algemene lendenvergadering mededeling te doen.

COMMISSIES

Artikel 23.
1. Het bestuur van de vereniging kan commissies instellen. Een bestuurslid van de vereniging fungeert zo mogelijk als voorzitter. Deze commissies zijn onderworpen aan een reglement, waarin de rechten en plichten zijn omschreven. Het bestuur stelt deze reglementen vast, met uitzondering van het reglement voor de kascontrolecommissie.

Artikel 24.
1 Een commissie van toezicht kan zijn:
a. De tuin- en tuinkeuringscommissie;
b. De bouw- en taxatiecommissie.
2. Bestuursleden en de daartoe door het bestuur aangewezen functionarissen, zoals leden van de genoemde commissies, hebben te allen tijde toegang tot de tuinen oor het uitoefenen van de bij dit huishoudelijk reglement aan hen opgedragen taak.

Artikel 25.
1. Er is een tuin- en keuringscommissie, zijnde een commissie als bedoeld in artikel 24 lid 1 sub a van dit huishoudelijk reglement. De leden va de commissies worden aangesteld en ontslagen door het bestuur van de vereniging. De commissies verrichten hun werkzaamheden conform de hierna volgende richtlijnen en onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de vereniging.
2. De tuincommissie bestaat uit tenminste drie leden. De taak van de commissie is:
a. Het bepalen van het groenbeleid voor de percelen, die onder de zorg en verantwoordelijkheid van de vereniging vallen en niet de tuinen van de individuele leden betreft.
b. Het leiding geven aan het totale gemeenschappelijk algemeen werk, het opstellen van een jaarlijks beleidsplan, het op schrift stellen va de wekelijkse noodzakelijk werkzaamheden en het voorzien van de begeleiders algemeen werk van de nodige instructies.
3. De tuinkeuringscommissie bestaat uit tenminste vijf leden. De taak van de commissie is:
a. Het controleren en het houden van toezicht op de tuinen van de leden met betrekking tot onderhoud van de tuin, van slootkanten, van heggen, van paden en van het algemeen aanzicht;
b. Minstens tweemaal per jaar, in ieder geval in het voor- en het najaar, worden alle tuinen en het tuincomplex aan een controle onderworpen. Bij constatering van nalatigheid en/of achterstallig onderhoud wordt een en ander aan het desbetreffende lid meegedeeld. Indien binnen 14 dagen na melding de gebreken niet zijn verholpen stelt de tuinkeuringscommissie het bestuur hiervan in kennis. Het bestuur neemt dan de maatregelen als omschreven in artikel 14 van dit huishoudelijk reglement.
Statuten en Huishoudelijk reglement van de Vereniging V.T.V. De Wielewaal

Artikel 26.
1. Er is een bouw- en een taxatiecommissie, zijnde een commissie als bedoeld in artikel 24 lid 1 sub b van dit huishoudelijk reglement. De leden van de commissies worden aangesteld en ontslagen door het bestuur van de vereniging. De commissies verrichten hun werkzaamheden conform de hierna volgende richtlijnen en onder verantwoordelijkheid van het bestuur. De commissies bestaan uit tenminste drie leden.
2. De taak van de bouwcommissie is:
a. Het controleren van en het houden van toezicht op de (uitvoering van de) bouwvoorschriften met betrekking tot de opstallen op de tuinen van de leden;
b. Het adviseren va de leden bij het eventueel (ver)bouwen van het tuinhuisje, en overige opstallen e.d.;
c. Het adviseren van het bestuur met betrekking tot bouwvoorschriften, (ver)bouwen van tuinhuisjes en overige opstallen;
d. Het verrichten van speciale taken het onderhoud van het verenigingsgebouw betreffende, de loodsen, de bruggen, de toegangen enz. alsmede de waterhuishouding van het tuincomplex.
3. Blijkt bij controle van de bouwcommissie dat zonder vergunning of toestemming is gebouwd of gewijzigd, dan wordt het betrokken lid daarvan in kennis gesteld. Het betrokken lid krijgt 14 dagen de gelegenheid wijzigingen aan te brengen en de geconstateerde gebreken in overeen stemming te brengen met de verleende toestemmingen en/of vergunningen.
4. De taak van de taxatiecommissie is:
a. Het vaststellen van het taxatiebedrag bij de verkoop van een tuinhuisje; de taxatie geschiedt door tenminste twee leden van de commissie. Van de taxatie wordt een rapport gemaakt dat wordt ingeleverd bij het bestuur. Indien een lid zich niet kan verenigen met het taxatiebedrag kan het lid
binnen een maand nadat het lid heeft kennis gekregen van de taxatie van de taxatiecommissie in beroep gaan bij de geschillen commissie van de Stichting Volkstuindersbelangen Rijnmond, hierna te noemen SVR, naar de reglementen van de SVR; dit beroep moet schriftelijk worden ingesteld;

b. Het adviseren van het bestuur met betrekking tot taxaties’
c. Het vaststellen dan wel opnieuw vaststellen van de grenzen tussen twee tuinen, indien een tuin wordt verkocht of indien een lid dit verzoekt.

WIJZIGINGEN

Artikel 27.
1. Wijzigingen van dit reglement kunnen slechts geschieden bij besluit van de algemeen ledenvergadering genomen met tenminste 2/3 deel van het aantal geldig uitgebrachte stemmen.

ONTBINDING

Artikel 28.
1. De vereniging kan worden ontbonden, indien daartoe door een bijzondere ledenvergadering wordt besloten zoals vermeld in artikel 26 van de statuten van de vereniging.
2. Aldus vastgesteld op de algemene ledenvergadering van de vereniging van 15 februari 2003.


                                                      BOUWVOORSCHRIFTEN

RBvV (nu SViN)

Aanvulling Statuten en Huishoudelijk Reglement

Regelgeving met betrekking tot de bouw van opstallen op een volkstuin In overleg met de afdeling Stadsontwikkeling Gemeente Rotterdam vastgesteld op 1 oktober 2011

Bijlage 8

HOOFDSTUK 1: Inleidende bepalingen

ARTIKEL I Begripsomschrijvingen

In deze regelgeving wordt verstaan onder:
bouwverordening
- de Bouwverordening der gemeente Rotterdam (Gemeenteblad van 2010, 159 zoals deze nadien is gewijzigd).
volkstuincomplex
- een perceel grond bestemd ter verkaveling tot volkstuinen en dat geen deel uitmaakt van het erf behorende bij een woning.
volkstuin
- een deel van een volkstuincomplex dat is bestemd voor de teelt van voeding en/of siergewassen, in hoofdzaak ten behoeve van de gebruiker.
volkstuinhuisje
- een gebouw geplaatst op een volkstuin en bestemd om voor personen te dienen als recreatief verblijf.
kweekkas
- een gebouw geplaatst op een volkstuin uitsluitend bestemd voor het kweken en bewaren van planten en in hoofdzaak samengesteld uit wanden en een dak van glas of een ander doorzichtig materiaal.
serre
- een tegen een volkstuinhuisje gebouwde, gedeeltelijk omsloten, niet onderverdeelde veranda waarvan de wanden, met uitzondering van een eventuele borstwering, uit doorzichtig materiaal bestaan en die niet voor opslag mag worden gebruikt.
luifel
- een al dan niet op kolommen steunende, tegen een volkstuinhuisje gebouwde overkapping. Er mag slechts aan één zijde van een huisje een luifel geplaatst worden met een maximale diepte van 2,40 mtr en de totale breedte van die gevel.
gereedschapskist
- een houten of stenen bouwwerk, geplaatst op een volkstuin en uitsluitend bestemd voor het opbergen van tuingereedschap.
windscherm
- een nabij of in verbinding met een volkstuinhuisje geplaatste wand – behoudens een eventuele borstwering niet uit steenachtig materiaal opgetrokken – ter kering van de wind.
broeibak
- een in wanden van hout of steenachtig materiaal opgetrokken en met glas plat afgedekte ruimte, geplaatst op een volkstuin, welke uitsluitend dient voor het kweken van planten.
tuinmuurtje
- een muurtje, dat alleen tot doel heeft de sierwaarde van de volkstuin te vergroten.
bergloodsje
- een houten of stenen bouwwerk geplaatst op een volkstuin en uitsluitend bestemd voor het opbergen van tuingereedschap indien er geen gereedschapskist geplaatst is.

De begripsomschrijvingen, zoals vermeld in artikel 1 van de bouwverordening, zijn mede van toepassing.

HOOFDSTUK II: technische bepalingen

Afdeling A

ARTIKEL 2

Behoudens het bepaalde in artikel 3, lid 7, mag op een volkstuin niet meer dan één van elk van de in artikel 1 genoemde categorieën van bouwwerken worden gebouwd, met dien verstande dat een serre en een luifel niet gelijktijdig aanwezig mogen zijn.

ARTIKEL 3. Open ruimten bij een volkstuinhuisje/kweekkassen en bergingen

1. Een volkstuinhuisje met eventuele serre, luifel, windschermen en bergloodsje of gereedschapskist alsmede een kweekkas mogen slechts worden gebouwd in de achterste helft van de volkstuin, gerekend vanaf het pad waaraan deze gelegen is. Er mag van deze regel alleen afgeweken worden, in geval de tuin een te geringe breedte heeft om deze drie delen naast elkaar te plaatsen of dat deze hierdoor binnen de grens komt van punt 4a en 4b. Terwijl punt 5 te allen tijde gehandhaafd moet blijven. Mits één van deze opstallen een dakbedekking van brandwerend materiaal heeft. De afwijkende plaats (bv. voorste gedeelte van de tuin) moet ten alle tijde toestemming hebben van het bestuur van de vereniging en mag het totale aanzicht van het complex niet schaden.
2. De afstand van een volkstuinhuisje met eventueel een serre, of een luifel of windschermen (aan één zijde van het huisje) tot de grens van de volkstuin mag niet minder dan 2,50 mtr bedragen.
3. De afstand van een kweekkas en/of bergloodsje tot de grens van de volkstuin, dan wel tot het volkstuinhuisje op die volkstuin mag niet minder dan 0,50 mtr bedragen met dien verstande dat rondom het volkstuinhuisje/blokhut een vrije doorloop van minimaal 0,90 mtr in acht moet worden genomen.
4.a. De afstand van een bouwwerk tot de beschoeiing van een sloot, die door of namens de gemeente wordt onderhouden mag niet minder dan 3,50 mtr bedragen.
b. De afstand van een bouwwerk tot de beschoeiing van andere sloten dan in lid a genoemd, mag niet minder dan 2,50 mtr bedragen.
c. Langs de beschoeiing moet een strook van min. O,80 mtr vrij blijven van bomen/struiken en niet natuurlijke verhardingen.
5. Overigens mag de afstand tussen een volkstuinhuisje en enig ander gebouw op een naast gelegen perceel niet minder dan 5,00 mtr bedragen.

Afdeling B: Afmetingen en inrichting van bouwwerken op volkstuinen

ARTIKEL 3 bouwhoogten en afmetingen

1. Een volkstuinhuisje mag uit ten hoogste één bouwlaag met een kap bestaan.
2. Bij toepassing van een kap mag de nokhoogte niet meer bedragen dan 3,50 mtr boven het maaiveld. Bij toepassing van een plat dak mag de hoogte niet meer bedragen 2,85 mtr boven het maaiveld.
3. De binnenwerkse hoogte van een volkstuinhuisje, gemeten tussen de vloer en het plafond , moet over 4/5 van de vloeroppervlakte ten minste 2,40 mtr bedragen en mag overigens niet minder dan 2,10 m. bedragen.
4.a. De hoogte van een kweekkas mag niet meer bedragen dan 2,50 mtr boven het maaiveld.
b. De hoogte van een kweekkas op een volkstuin waarop geen volkstuinhuisje mag worden opgericht, mag niet meer bedragen dan 3,50 mtr boven het maaiveld.
5. Indien de borstwering van een kweekkas niet uit doorzichtig materiaal bestaat mag de hoogte van die borstwering niet meer bedragen dan 0,60 mtr boven het maaiveld.
6. De lengte, de breedte en de hoogte boven het maaiveld van een gereedschapskist mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3,00 mtr, 0,70 mtr en 0,70 mtr.
7. Een doorzichtig- of ondoorzichtig scherm geplaatst op de scheiding van twee percelen moet op minstens 0,50 mtr vanaf die scheidingslijn geplaatst worden en mag niet hoger dan 1,80 mtr boven het maaiveld uitsteken. Per volkstuin mogen niet meer dan 2 schermen worden aangebracht en mogen niet voorbij de voorzijde van het volkstuinhuisje geplaatst worden.
8. De hoogte van een broeibak mag niet meer dan 0,60 mtr boven het maaiveld bedragen.
9. Tuinmuurtjes mogen niet hoger zijn dan 0,80 mtr boven het maaiveld en mogen niet als perceelafscheiding worden toegepast.
10.a. De nokhoogte van een bergloodsje mag niet meer bedragen dan 2,35 mtr boven het maaiveld.
b. De vloeroppervlakte van een bergloodsje mag niet groter zijn dan 5,00 m2
c. Een bergloodsje mag geen langere zijde hebben dan 2,50 mtr.

ARTIKEL 4. Oppervlakten

Onder vloeroppervlakte wordt verstaan

De vloeroppervlakte van een gebouw of ander bouwwerk gemeten tussen de verticale projecties van de buitenzijde van de gevels. Dakoverstekken (niet verder overstekend dan 0,50 mtr) luifels, balkons en serres worden hierbij niet meegeteld. Als uitzondering op de dakoverstek van 0,50 mtr gelden de overstekken van de blokhutten die als behorend bij het betreffende model verwerkt zijn.

1. De totale oppervlakte van een volkstuinhuisje/blokhut met inbegrip van een serre of een luifel, mag buitenwerks gemeten niet meer bedragen dan 10% van de oppervlakte van de volkstuin met een maximum van 25,00 m2. De totale oppervlakte als in de vorige volzin bedoeld, moet zich bevinden binnen een rechthoek van 5,00 x 6,00 mtr. De funderingen van de opstallen mogen niet groter zijn dan de vloeroppervlakte van de opstallen huisje, blokhut kas of berging.
2. Buiten de in lid bedoelde oppervlakte mag een goot, boeibord of dak niet meer dan 0,30 mtr oversteken.
3.a. Onverminderd het bepaalde in lid 1, mag de vaste bebouwing volkstuinhuisje, blokhut, kweekkas, broeibak, bergloodsje of gereedschapskist niet meer bedragen dan 20% van het totale tuinoppervlak met een maximum van 45,00 m2 waarbij het maximum voor een kweekkas op 5% en 12,00 m2 en voor een broeibak op 8,00 m2 is gesteld.
b. Op een volkstuin, waarop geen volkstuinhuisje/blokhut mag worden opgericht, mag de maximale bebouwing – kweekkas, broeibak, bergloodsje of gereedschapskist – niet meer bedragen dan 14% van de oppervlakte van de volkstuin met een maximum van 35,00 m2. waarbij een maximum voor een kweekkas op 8% en 20,00 m2 en voor een broeibak op 6% en 15,00 m2 is gesteld.
c. Het verharde gedeelte van een volkstuin met niet natuurlijke materialen in welke vorm dan ook mag niet meer bedragen dan 15 % van de totale grondoppervlakte.

Voor al de hiervoor genoemde opstallen moet voor ieder object (volkstuinhuisje, blokhut, kweekkas, berging, luifel, serre), apart een verzoek om bouwvergunning ingediend worden volgens de voorwaarden hierop gesteld. Dus niet in combinatie met. Ook bij een verbouwing waarbij het aanzicht van één van de gevels veranderd, moet een bouwaanvraag ingediend worden.
Indien één van deze objecten zonder toestemming wordt geplaatst moet dit object op eerste aanzegging verwijderd worden.

ARTIKEL 5. Hoogteligging van vloeren

Vloeren van ruimten in een volkstuinhuisje/blokhut moeten tenminste 0,15 mtr en ten hoogste 0,30 mtr boven het maaiveld liggen.

ARTIKEL 6 Horizontale afmetingen van ruimten

Indien in een volkstuinhuisje/blokhut verschillende ruimten worden afgescheiden, moeten de  afmetingen van deze ruimten ten minste bedragen:

a. van een kamer (woonkeuken) ten minste 3,55 x 2,80 mtr
b. van een privaat 1,00 x 0,80 mtr
c. van een keuken 1,60 x 1,10 mtr
d. van een douche 1,00 x 0,80 mtr
e. van een gecombineerde privaat en doucheruimte 1,70 x 1,00 mtr

ARTIKEL 7. Toetreding daglicht

1. Een volkstuinhuisje/blokhut moet voor toetreding van daglicht zijn voorzien van aan de buitenlicht grenzende ramen en/of deuren.
2. Indien in een volkstuinhuisje/blokhut kamers en/of een keuken worden afgescheiden, moet elk van deze ruimten voor de toetreding van daglicht zijn voorzien van aan de buitenlucht grenzende ramen en/of deuren.
3. De in de leden 1 en 2 bedoelde ramen en/of deuren moeten bezet zijn met blank glas met een gezamenlijke oppervlakte van ten minste 1/5 van de vloeroppervlakte van de betrokken ruimte.
4. Voor de toetreding van daglicht worden niet in aanmerking genomen die gedeelten van ramen en deuren die minder dan 0,80 mtr boven de vloer zijn gelegen.
5. De glasoppervlakte wordt bepaald door meting in de dag van het raam- of deurhout.

ARTIKEL 8. Vluchten bij brand

1. Ter ontvluchting bij brand moet elke kamer of afzonderlijke keuken zijn voorzien van een naar buiten draaiend raam in een buitenwand met een oppervlakte van ten minste 0,60 x 0,90 mtr dan wel van een naar buiten draaiende deur. Dit geldt ook indien het volkstuinhuisje/blokhut uit één ruimte bestaat. Ook dan moet in de tegenoverliggende wand van de ingang een naar buiten openslaand raam van minimaal 0,60 x 0,90 mtr of een naar buiten openslaande deur geplaatst worden.
2. De onderdorpel van het desbetreffende raamkozijn mag niet meer dan 1,00 m. boven de vloer zijn gelegen.

ARTIKEL 9. Ventilatie van privaat- en doucheruimte

Een privaat- en een doucheruimte moet(en) zijn voorzien van een aan de buitenlucht grenzend beweegbaar raam van ten minste 0,06 m2. dan wel van een ventilatiekanaal met een doorsnede van ten minste 0,015 m2.

ARTIKEL 10. Inrichting en afwerking van een privaat- en doucheruimte

1. Een privaat- of doucheruimte in een volkstuinhuisje/blokhut moet van de omringende ruimten zijn afgescheiden door dichte wanden en door een dichte zoldering.
2. De ruimte van een douche of van een combinatie van een privaat en douche, moet zijn voorzien van een waterdichte vloer
3. Indien een volkstuinhuisje/blokhut is aangesloten op de drinkwaterleiding moet het privaat zijn voorzien van een closetpot met waterspoeling.
4. Een privaat zonder waterspoeling mag niet worden toegepast.
5. Vrijstelling kan worden verleend van het bepaalde in lid 4, indien het volkstuincomplex nog niet is voorzien van een op het gemeenteriool aangesloten riolering, mits het privaat alleen buitenshuis toegankelijk is.

ARTIKEL 11. Lozingstoestellen

1. Lozingstoestellen in een volkstuinhuisje/blokhut moeten zijn voorzien van een afvoerleiding.
2. Tussen een afvoerleiding en een lozingstoestel moet een stankafsluiter aanwezig zijn, indien het lozingstoestel zelf niet van een stankafsluiter is voorzien.
3. De afvoer van een lozingstoestel voor huishoudwater moet van een vast of afschroefbaar rooster zijn voorzien.

ARTIKEL 12. Afvoerleidingen

Afvoerleidingen moeten aan het gestelde in de bijlage F van de bouwverordening voldoen.

ARTIKEL 13. Aansluiting op de terreinriolering

1. Afvoerleidingen van volkstuinhuisjes/blokhutten moeten zijn aangesloten op een riolering die is aansloten aan het openbaar riool.
3. Vrijstelling kan worden verleend van het bepaalde in lid 1, indien het volkstuincomplex nog niet is voorzien van een riolering, als bedoeld in lid 1.

ARTIKEL 14. Afvoer hemelwater

1. Hemelwater moet op doelmatige, op niet hinderlijke of voor het volkstuinhuisje / blokhut schadelijke wijze worden afgevoerd.
2. Een hemelwaterafvoer mag in geen geval worden aangesloten op de complexriolering de capaciteit van het rioleringsstelsel (inclusief de pompen) is hier niet op berekend.

ARTIKEL 15. Drinkwatervoorziening

1. In een volkstuinhuisje/blokhut moet een doeltreffend middel tot het betrekken van deugdelijk drinkwater aanwezig zijn, tenzij het volkstuincomplex, waarvan de volkstuin deel uitmaakt, van een doeltreffende centrale voorziening voor deugdelijk drinkwater is voorzien.
2. Een installatie voor drinkwater wordt geacht doeltreffend te zijn, indien zij voldoet aan NEN 1006/A2 2008nl (Algemene voorschriften voor drinkwaterinstallaties A.V.W.I.). Indien in de winterperiode de waterleiding afgesloten en afgetapt wordt, moeten bij het opnieuw in gebruik
nemen van voornoemde leiding eerst watermonsters genomen worden, en door een laboratorium onderzocht aleer het water vrijgegeven wordt voor menselijke consumptie.
3. Vrijstelling kan worden verleend van het bepaalde in lid 1, indien het volkstuincomplex niet is voorzien van een waterleiding.

ARTIKEL 16. Gasinstallatie

1. Een installatie voor flessengas moet veilig zijn. Aan dit voorschrift wordt geacht te zijn voldaan, indien de installatie voldoet aan (Voorschriften voor de aanleg van vloeibaar gasinstallaties in woningen en andere gebouwen).
2. Op een volkstuin mag één extra gasfles worden opgeslagen buiten de op de installatie aangesloten gasfles. Hierbij wordt uitgegaan van een standaard gasfles met een inhoud van ± 11 liter.

ARTIKEL 17. Elektriciteitsinstallatie

Een elektriciteitsinstallatie moet veilig zijn. Aan dit voorschrift wordt geacht te zijn voldaan, indien de installatie voldoet aan de veiligheidsvoorschriften voor laagspanningsinstallaties.

ARTIKEL 18. Meterkast (elektriciteit)

De elektriciteitsmeter moet in een uitsluitend voor dat doel bestemde kast zijn ondergebracht.

AFDELING C: Constructieve voorschriften

ARTIKEL 19. Algemene eisen

Bouwwerken op volkstuinen moeten van voldoende sterkte, stijfheid en duurzaamheid zijn en elk een hechte samenhang bezitten.

ARTIKEL 20. Fundering

Bouwwerken op volkstuinen moeten zijn voorzien van een fundering, die voorkomt dat verzakking of verschuiving van het bouwwerk optreedt.

ARTIKEL 21. Brandveiligheid van wanden en daken

De wanden en het dak van een volkstuinhuisje/blokhut alsmede een serre en een luifel mogen niet zodanig zijn samengesteld, dat deze spoedig na het uitbreken van brand grote hoeveelheden rook of voor de gezondheid schadelijke gassen ontwikkelingen, desintegreren of geheel in brand staan.

ARTIKEL 22. Regenwerend vermogen

De buitenwanden en het dak van een volkstuinhuisje/blokhut moeten regenwerend en tochtdicht zijn.

ARTIKEL 23. Samenstelling van wanden

1. Het houten stijl- en regelwerk voor de wandconstructie mag geen geringere afmetingen hebben dan 40 x 70 mm.
2. Buitenwanden van volkstuinhuisjes/blokhutten mogen niet zijn voorzien van een vocht- of warmte-isolerende bekleding of vulling die vatbaar is voor zelfontbranding.
3. De houten buitenbeschieting van buitenwanden van volkstuinhuisjes, opgebouwd uit houten stijl en regelwerk, mag geen geringere dikte hebben dan 16 mm blijvende maat.
2. Vrijstelling kan worden verleend van het bepaalde in de leden 1 en 3 voor buitenwanden van andere constructie dan in die leden genoemd.
3. Nadere eisen kunnen worden gesteld aan buitenwanden van ander materiaal dan in de leden 1 en 3 genoemd.
4. Bij kweekassen mag de hartafstand tussen 2 stijlen niet meer dan 0,80 mtr bedragen.

ARTIKEL 24. Optrekkend vocht

Wanden van volkstuinhuisjes/blokhutten moeten zodanig zijn samengesteld, dat zij niet onderhevig zijn aan uit de grond optrekkend vocht.

ARTIKEL 25. Vloeren

1.a Vloeren van volkstuinhuisjes / blokhutten waaronder zich geen bodemafsluiting bevindt, moeten voldoende vochtwerend zijn.
b. Vloeren van steenachtig materiaal, die onmiddellijk op de grondslag zijn aangebracht, moeten daarvan zijn gescheiden door een vochtwerende laag.
2. Voor de toepassing van lid 1, onder a, wordt mede als bodemafsluiting beschouwd een laag zand van ten minste 0,15 mtr dikte, waarvan de bovenzijde niet minder dan 0,10 mtr beneden de onderzijde van de vloerbalken is gelegen. De ruimte tussen het zand en de vloer moet voldoende zijn geventileerd.

ARTIKEL 26. Brandveiligheid van plafonds

Plafonds mogen niet zodanig zijn samengesteld, dat deze spoedig na het uitbreken van brand grote hoeveelheden rook of voor de gezondheid schadelijke gassen ontwikkelen, desintegreren of geheel in brand staan. Plafonds bestaande uit schuimplastic tegels of ander door hitte druipend materiaal zijn niet toegestaan.

ARTIKEL 27. Bevestiging van dak, serres e.d.

De verbinding van het dak met de overige delen van een volkstuinhuisje/blokhut alsmede serres, luifels en windschermen moeten weerstand kunnen bieden aan de daarop werkende krachten door winddruk en zuiging.

ARTIKEL 28. Dakbeschot

Daken van volkstuinhuisjes/blokhutten, die gedekt zijn met pannen, leien of andere elementen, die geen winddichte bedekking vormen, moeten zijn voorzien van een dakbeschot met een dikte van ten minste 16 mm. blijvende maat, indien dit dakbeschot bestaat uit aaneengevoegde planken.

ARTIKEL 29. Dakbedekking

Dakbedekking moet zodanig zijn aangebracht, dat deze niet kan opwaaien, en zodanig zijn samengesteld dat vliegvuur niet tot de ondergelegen constructie kan doordringen. Op een dakvlak met een helling van minder dan 30° mogen pannen of leien niet als bedekking worden toegepast, tenzij door bijzondere maatregelen de regen- en sneeuwdichtheid van het dak is gewaarborgd.

ARTIKEL 30. Stookplaats

Indien in een vertrek een stookplaats aanwezig is, moet tevens een veilige voorziening aanwezig zijn voor de afvoer van verbrandingsgassen.

AFDELING D: Bijzondere bepalingen voor bouwwerken op volkstuinen

ARTIKEL 31

1. De artikelen 254, lid 1, sub a, 262 en 266 van de bouw- verordening zijn overeenkomstig van toepassing.
2. Van de bepalingen van de afdelingen B en C van hoofdstuk II en van de krachtens die bepalingen geldende nadere regelen kan vrijstelling worden verleend bij het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk, dat bij het in werking treden van deze regelgeving reeds bestond.

HOOFDSTUK III Bepalingen met betrekking tot bestaande, niet in aanbouw zijnde bouwwerken op volkstuinen

ARTIKEL 32. Algemene eisen

De artikelen 307, 308, 310, 311 en 322 van de bouwverordening 2010 zijn van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK IV: Bepalingen omtrent het gebruik van volkstuinen, volkstuin-huisjes, blokhutten, kweekkassen gereedschapskisten, bergloodsjes en broeibakken

ARTIKEL 33. Afwijkend gebruik

1. Het is verboden een bouwwerk op een volkstuin te gebruiken in gebruik te geven of te laten gebruiken voor een ander doel dan waarvoor het bestemd is.
2. Het is verboden in een volkstuinhuisje / blokhut slaapplaatsen te hebben in een ruimte, waarin daglicht en lucht niet voldoende kunnen toetreden of die vochtig is. 
3. Het is verboden op een volkstuincomplex voertuigen, zoals caravans, op te stellen of te stallen, te doen opstellen of stallen dan wel opstelling of stalling te gedogen.

ARTIKEL 34. Verdere bepalingen omtrent het gebruik

Een gebouw, laatstelijk niet of wederrechtelijk als volkstuinhuisje/blokhut of kweekkas gebezigd, mag slechts als zodanig in gebruik worden genomen, indien het gebouw niet in strijd is met de voorschriften vervat in hoofdstuk II van deze regelgeving.

Toelichting

HOOFDSTUK I: Inleidende bepalingen

In de begripsomschrijvingen (art.1) is een aantal bouwwerken vermeld die al of niet na verleende toestemming op een volkstuin(kunnen) voorkomen. Voortaan zijn uitsluitend die bepalingen van de Bouwverordening der gemeente Rotterdam van toepassing, voor zover het bouwbesluit daarnaar verwijst.

HOOFDSTUK II: Technische bepalingen

In de artikelen 3 t/m 5 wordt aangegeven welke bouwwerken op een volkstuin aanwezig mogen zijn. Voorts zijn de plaats, de afmetingen, de hoogte en de oppervlakken van de diverse bouwwerken vastgelegd.

Met deze voorschriften kan de ‘wildgroei’ op de tuincomplexen effectiever worden tegengegaan. De artikelen 6 t/m 29 bevatten een aantal voorschriften, waaraan tuinhuisjes/blokhutten moeten voldoen. Deze voorschriften zijn vooral gericht op de veiligheid en de gezondheid van de gebruikers. In de artikelen 30 t/m 34 zijn voorschriften opgenomen, ter waarborging van een goede en veilige constructie van alle op een tuin toelaatbare bouwwerken in het algemeen en van tuinhuisjes en blokhutten in het bijzonder. Tevens zijn enkele brandpreventieve voorschriften opgenomen.

Hoofdstuk V Bepalingen met betrekking tot bestaande, niet in aanbouw zijnde bouwwerken op volkstuinen

De in artikel II van overeenkomstige toepassing verklaarde artikelen van de bouwverordening bevatten ongeveer dezelfde bepalingen als die in de hoofdstukken 1 t/m 5.

Hoofdstuk VI: Bepalingen met betrekking tot volkstuinen, volkstuinhuisjes enz.

In dit hoofdstuk zijn de gebruikelijke bepalingen ter wering van oneigenlijk gebruik opgenomen. De bepalingen beperken zich niet uitsluitend tot de volkstuinhuisjes en blokhutten. Het is bijvoorbeeld voorgekomen dat kweekkasjes als nachtverblijf en/of toilet werden benut.

HOOFDSTUK VII: Algemene uitvoeringsvoorschriften voor het bouwen alsmede het in stand houden van bouwwerken op volkstuinen

Gewezen zij op de samenhang tussen de artikelen 13, lid 2/15, lid 3/32 en 35. De overige in deze hoofdstukken vervatte bepalingen spreken voor zich en behoeven geen nadere toelichting.

HOOFDSTUK VIII: Algemene regels ten aanzien van het beroep

HOOFDSTUK IX: Straf overgangs- en slotbepalingen

Het bouwbesluit der Gemeente Rotterdam alsmede de in deze regelgeving genoemde NEN- rapporten liggen ter inzage op het secretariaat van de Rotterdamse Bond van Volkstuinders (nu SViN).

Gewijzigd en ingaande op 1 oktober 2011.

Bouw- Technische commissie

N. Kamerling

 
 
 
 
Info